Signup for our newsletter


News


News posted on
12-12-2019
(Un)heard Music Festival 2019

Pawel Szymanski
Op 16 en 17 maart  2019 gaat de volgende editie van het (Un)heard Music Festival plaatsvinden. Voor deze editie heeft het Matangi Quartet, initiatiefnemer en artistiek leider van het festival, de Poolse ‘ongehoorde’ componist Pawel Szymanski uitgenodigd. Zijn abstracte klanken en liefde voor oude muziek creëren een enorme gelaagdheid en intieme sfeer. Szymanski’s muziek is als poëzie, er is geen verhaal, slechts de klanken die je meenemen en ruimte geven aan de luisteraar voor hun eigen beleving.​Het centrale werk van het festival zal zijn compositie voor strijkkwartet ‘Five Pieces’ zijn. Dit stuk was voor de primarius van Matangi de inspiratie om als tiener zich al te willen storten op het spelen in een strijkkwartet: ‘Toen ik de cd met ‘Five Pieces’ voor mijn 17e verjaardag cadeau kreeg, was ik meteen verkocht. Wat een zeggingskracht, humor, lyriek, en techniek zat er in elk van de vijf delen. Vooral de glissandi in het eerste deel vond ik fantastisch. Kon je dat echt met een strijkkwartet? Waren er geen electronica in het spel? Mijn allereerste kwartet waar ik in speelde, heette dan ook niet voor niets het Szymanski Kwartet.’
BBC3 over dit werk van de ‘ongehoorde’ componist:
“Szymanski’s ‘Five Pieces’ for string quartet were composed in 1993 in response to a BBC commission for the Brodsky Quartet. The work is dedicated to the memory of his friend Jerzy Stajuda. Stajuda was one of Poland’s most outstanding artists, who died in March 1992 at the age of 55. Each of the ‘Five Pieces’ has a strongly individual texture, based around a single idea. The first is based on a brief phrase which could be from Mozart or Haydn, but is worked through a dizzying series of slides from all four instruments. The second has a skipping mechanical texture built up from single short notes. The third piece is the still, calm centre of the work - all glassy chords in harmonics, with faint ghosts of melody. On the other side of this pool of stillness, there is a loud, throbbing piece - arpeggiated chords played by all - and a gradually increasing addition of flurrying runs of decoration. The final piece is the strangest. The first violin plays a bleak, squawking series of chords. The other instruments quietly creep in, but remain in the background. The first violin never manages to pull the others into playing his rhythm; instead they simply melt away into silence.”